Pluk van de Petteflet
Details
Genre
Voorleesverhalen
Onderwerp
Herfst
Extra onderwerp
VOO,
Voorleesverhalen ; kleuters,
seizoenen,
verhalen,
Voorleesverhalen (jeugd),
Herfst (jeugd verhalend),
Voorleesverhalen (jeugd verhalend),
voorlezen,
Seizoenen (jeugd verhalend),
Voorlezen (jeugd verhalend),
Genre Voorleesverhalen kinderhoek,
Herfst (jeugd verhalen),
Herfst (jeugd),
Voorleesboeken
Minder
Titel
Herfst met Jip en Janneke
Auteur
Annie M.G. Schmidt 1911-1995
Illustrator
Fiep Westendorp
Taal
Nederlands
Editie
1
Uitgever
Amsterdam: Querido, 2012
38 p. : ill.
38 p. : ill.
ISBN
9789045113753
Besprekingen
Leeswelp
Na eerder verschenen bundels rond de verschillende seizoenen, is met Herfst met Jip en Janneke de…
Na eerder verschenen bundels rond de verschillende seizoenen, is met Herfst met Jip en Janneke de serie compleet. De verhalen uit Herfst met Jip en Janneke zijn eerder verschenen in Jip en Janneke. Ook specifiekere gebeurtenissen gedurende het jaar, zoals het Sinterklaasfeest of een verjaardagsfeestje, boden eerder aanleiding om een boek samen te stellen. Door deze gethematiseerde bundels worden de alom bekende verhalen opnieuw onder de aandacht gebracht.
Het omslag toont Jip en Janneke die bladeren aan het opruimen zijn. Dit tafereel is zeer herkenbaar en typerend voor de herfst. Ook het verhaal ‘Bladeren in de tuin’ sluit naadloos aan bij de beleving van de herfst. Dat geldt echter niet voor alle verhalen uit deze bundel. Verhalen als ‘Naar het circus’ en ‘Weggelopen’ bevatten geen specifieke verwijzing naar de herfst en zijn dan ook niet seizoensgebonden. De keuze om deze verhalen in dit themaboek rondom de herfst op te nemen, lijkt dan ook willekeurig. Datzelfde geldt voor het verhaal ‘Een vlieger’. Ondanks deze drie verhalen die de bundel lijken op te vullen, bevatten de andere verhalen wel onderwerpen die onlosmakelijk met de herfst verbonden zijn. Het verhaal ‘Noten en doppen’ is daar een voorbeeld van, net zoals ‘Appels’. In andere verhalen zijn het vooral de weersomstandigheden die ervoor zorgen dat ze geassocieerd worden met het najaar.
Ondanks dat de verhaaltjes vaak als tijdloos getypeerd worden, kunnen daar zo nu en dan vraagtekens bij gezet worden. Zo is het de vraag of kinderen weten wat met ‘jekker’ wordt bedoeld. Ook een zin als ‘En ze [moeder] pakt Jip bij een oor’ is niet meer van deze tijd. Desondanks zijn de situaties waarin Jip en Janneke terechtkomen herkenbaar binnen de belevingswereld van een kleuter. Een paraplu die door de harde wind omklapt of het kwijtraken van moeder in een grootwarenhuis zijn situaties waarin kinderen nog altijd verzeild kunnen raken.
Iets dat het boek een meerwaarde geeft, zijn de paginagrote illustraties in kleur. Deze illustraties, die Fiep Westendorp eind jaren zeventig maakte, zijn nog altijd prachtig. Het is prettig dat ook de jonge generatie kennis kan maken met prenten die al ongeveer veertig jaar meegaan.
Ondanks de kleine kanttekeningen is dit boek mooi vanwege de universele belevenissen en de aantrekkelijke illustraties. De verhalen passen uitstekend bij een regenachtige herfstdag. Want zoals ‘Het regent zo’ besluit: ‘Jip en Janneke kijken uit het raam. En zien hoe de wind aan de bomen rukt. Fijn om binnen te zitten.’ Dit boek doet inzien dat ieder seizoen zo zijn charme heeft.
[Ingrid van der Heijden]
Het omslag toont Jip en Janneke die bladeren aan het opruimen zijn. Dit tafereel is zeer herkenbaar en typerend voor de herfst. Ook het verhaal ‘Bladeren in de tuin’ sluit naadloos aan bij de beleving van de herfst. Dat geldt echter niet voor alle verhalen uit deze bundel. Verhalen als ‘Naar het circus’ en ‘Weggelopen’ bevatten geen specifieke verwijzing naar de herfst en zijn dan ook niet seizoensgebonden. De keuze om deze verhalen in dit themaboek rondom de herfst op te nemen, lijkt dan ook willekeurig. Datzelfde geldt voor het verhaal ‘Een vlieger’. Ondanks deze drie verhalen die de bundel lijken op te vullen, bevatten de andere verhalen wel onderwerpen die onlosmakelijk met de herfst verbonden zijn. Het verhaal ‘Noten en doppen’ is daar een voorbeeld van, net zoals ‘Appels’. In andere verhalen zijn het vooral de weersomstandigheden die ervoor zorgen dat ze geassocieerd worden met het najaar.
Ondanks dat de verhaaltjes vaak als tijdloos getypeerd worden, kunnen daar zo nu en dan vraagtekens bij gezet worden. Zo is het de vraag of kinderen weten wat met ‘jekker’ wordt bedoeld. Ook een zin als ‘En ze [moeder] pakt Jip bij een oor’ is niet meer van deze tijd. Desondanks zijn de situaties waarin Jip en Janneke terechtkomen herkenbaar binnen de belevingswereld van een kleuter. Een paraplu die door de harde wind omklapt of het kwijtraken van moeder in een grootwarenhuis zijn situaties waarin kinderen nog altijd verzeild kunnen raken.
Iets dat het boek een meerwaarde geeft, zijn de paginagrote illustraties in kleur. Deze illustraties, die Fiep Westendorp eind jaren zeventig maakte, zijn nog altijd prachtig. Het is prettig dat ook de jonge generatie kennis kan maken met prenten die al ongeveer veertig jaar meegaan.
Ondanks de kleine kanttekeningen is dit boek mooi vanwege de universele belevenissen en de aantrekkelijke illustraties. De verhalen passen uitstekend bij een regenachtige herfstdag. Want zoals ‘Het regent zo’ besluit: ‘Jip en Janneke kijken uit het raam. En zien hoe de wind aan de bomen rukt. Fijn om binnen te zitten.’ Dit boek doet inzien dat ieder seizoen zo zijn charme heeft.
[Ingrid van der Heijden]
NBD Biblion
Conny Meijer
Oude verhalen over Jip en Janneke in een nieuw jasje. In de serie jaargetijden is dit het deeltje…
Oude verhalen over Jip en Janneke in een nieuw jasje. In de serie jaargetijden is dit het deeltje waarin de verhaaltjes min of meer in de herfst spelen. Ze zijn geplukt uit vroegere bundels en zonder veranderingen in de tekst overgenomen. Slechts het woordje 'flikje' is vervangen door 'chocolaatje'. Ook staan in oudere bundels geen aanhalingstekens bij het gesproken woord en in deze uitgave wel. In tegenstelling tot de oudere bundels zijn de tekeningen nu in kleur. Maar wel de vertrouwde illustraties van Fiep Westendorp. En de verhalen zijn nog net zo actueel als vroeger. Kleine belevenisjes van twee kleuters in de herfst, in korte, pittige zinnen opgeschreven. Met veel suggestieve verbeeldingskracht, dicht bij de belevenswereld van de tegenwoordige kleuter, die net als in de tijd toen de eerste deeltjes verschenen, dol is op stampen in de waterplassen of het verzamelen van appels in de tuin. Een wereld van kleine vreugdes en kleine stoutigheden. Maar o zo veilig. En daar kan nu weer een nieuwe generatie van genieten. Vanaf ca. 3 jaar.